“Ook bij algoritmen blijft professional judgment belangrijk.”   

Keynote spreker op het Fund Seminar event op 30 september is Tanja Nagel. Na een lange loopbaan in uiteenlopende topposities zet zij nu haar kennis en expertise in voor DSI, het Dutch Securities Institute (www.dsi.nl).  

Wat deed u ‘ja’ zeggen tegen deze functie?

“Het ‘ja’ zeggen tegen deze functie heeft te maken met het feit dat ik al vele jaren heb rondgelopen in de financiële wereld, met name aan de private banking- en effectenkant en dat het heel belangrijk is om altijd de juiste kwaliteit te leveren. Ook dat je je er terdege van bewust bent dat je het vermogen van anderen beheert of belegt en dat dit van een zo hoog mogelijke kwaliteit moet zijn. De zelfregulerende rol van DSI in de sector is daarin van groot belang. Ik vond het een eer dat ik voor deze functie gevraagd werd.”

Wat zijn uw belangrijkste agendapunten als voorzitter van DSI?

“Als je kijkt naar de ontwikkelingen in de maatschappij, dan zie je het vertrouwen in de financiële sector steeds verder afnemen. Die verwachtingskloof is niet altijd terecht, maar is er wel. Dit betekent dat we steeds bezig moeten zijn en blijven met het vasthouden en verder uitbouwen van dat vertrouwen. We kunnen er niet voetstoots vanuit gaan dat wanneer het vertrouwen op dag A goed is, dat dit op dag B nog steeds is wat de maatschappij van ons verwacht. Er blijven dingen gebeuren.”

Hoe vertaalt zich dat in concrete zaken?

“Als we kijken naar de drie pilaren van DSI (personeelsscreening, vakbekwaamheid, tuchtrecht) en onze agendapunten, dan is binnen de pijler vakbekwaamheid integriteit een van de belangrijkste prioriteiten. Met compliance hebben we al veel bereikt in de sector maar dat is het kunnen afvinken van het feit dat je voldoet aan wet- en regelgeving. Ik denk dat je met integriteit veel meer bezig bent met datgene waar je voor staat als organisatie en hoe zich dat vertaalt in het gedrag van mensen.”

Weten zelfstandige vermogensbeheerders dat ook voldoende?

“Ik denk wel dat ze dat weten. Dat zal niet voor elke vermogensbeheerder op hetzelfde niveau liggen en dat hoeft misschien ook niet, maar het is wel belangrijk dat wij als DSI ervoor zorgen dat er een goed aanbod van opleidingen is geaccrediteerd waar men zich voldoende kan kwalificeren op verschillende niveaus. Wij bieden ook casuïstiek aan waardoor mensen kunnen zien wat de gevolgen van hun handelen kan zijn.”

“De kernvraag van integriteit is: ‘ben je bewust van het feit dat je je eerste stap in het grijze gebied zet?’ Want je bent je heel bewust van wat het witte gebied is en wat het zwarte gebied is. Ik ben ervan overtuigd dat bijna iedereen een goed moreel kompas heeft, want zo word je geboren, maar de context waarin je verdergaat in het leven bepaalt hoe jij je gedrag verder ontwikkelt. De verkeerde voorbeelden om je heen zorgen ervoor dat je in een gebied zit dat grijs is zonder dat je dat weet want je omgeving doet het ook! En daarom is die context en de ‘tone at the top’ van een organisatie zo belangrijk.”

DSI heeft als slogan ’Voor een integere en deskundige financiële sector’. Wat is de positie van het instituut DSI voor de financiële sector?

“DSI is in 1999 opgericht voor meer duidelijkheid en eenduidigheid in de sector en dan met name ten aanzien van het effectengedeelte. George Möller, de oprichter van het DSI, was destijds degene die stelde dat er meer duidelijkheid moest komen voor cliënten. Als je nu kijkt naar de positie van DSI en je hebt het over integriteit en deskundigheid, dan heeft DSI zich ontwikkeld tot een instituut met inmiddels 10 registers; 11 als je het register integriteit meetelt. Waar professionals op verschillende niveaus hun vakbekwaamheid kunnen laten registreren en jaarlijks kunnen laten zien dat zij voldoen aan de eisen van permanente educatie. In die modules wordt ook steeds integriteit aan de orde gesteld.”

Is de rol van DSI veranderd in de loop der jaren?

“Ik denk het wel en dat heeft ook te maken met wat de buitenwereld van de financiële sector verwacht. De verwachtingskloof die ik al eerder noemde wordt ook politiek gevoed en dat kenden we bij de oprichting van DSI niet. Wij zorgen voor de kwaliteit, wij zorgen ervoor dat de aangesloten organisaties en de geregistreerde professionals zeker weten dat datgene wat ze bij ons aangeboden krijgen van een goed niveau is, maar we zijn geen belangenbehartiger. De organisatie en de professional bepalen welke opleidingen zij bij DSI willen doen. We merken dat het niveau waarop effectenadviseurs werken steeds hoger wordt en dat betekent dat onze accreditatiecommissie goed meekomt in de opleidingen waarvoor geaccrediteerd moet worden, dus we moeten wel voortdurend mee met de markt. Dat geldt ook ten aanzien van het tuchtrecht; de mensen in de tuchtrechtcommissie, met daarin vertegenwoordigers uit de sector; zij moeten goed op de hoogte zijn van wat er speelt in de markt en hoe je om moet gaan met een tuchtklacht. Toen DSI begon was er nog geen bankencode, bankierseed of tuchtrecht.”

De dienstverlening van DSI kent drie pilaren – Personeelsscreening, Certificering en Tucht — en daarmee biedt DSI een ‘uniek, gesloten systeem dat het risico op incidenten drastisch kan reduceren’, aldus de DSI-website. Hoe helpt dit de sector?

“Wat we daarmee bedoelen is dat als een organisatie ervoor kiest om iedereen die bij hen komt werken te screenen, dan weet de organisatie in elk geval dat een aantal risico’s uitgesloten is. Vervolgens wordt een professional ingeschreven bij een van de registers en dan weet je op welk niveau zijn of haar kennis zit en hoe dat jaarlijks verder ontwikkeld kan worden. Vervolgens weet je ook dat als er iets misgaat, men zich onderhevig moet verklaren aan het tuchtrecht; daarmee heb je een gesloten systeem.”

Hoe kan over de breedte in de sector worden gewerkt aan een hoger kennisniveau van medewerkers?

“Daarin is het wel goed om onderscheid te maken tussen wie welke verantwoordelijkheid heeft. Het niveau van kennis is de verantwoordelijkheid van de professional en van de organisaties waar hij of zij werkt en dat is niet de verantwoordelijkheid van DSI. Wat DSI als verantwoordelijkheid ziet, is het feit dat we verschillende registers op verschillende niveaus hebben. En dat wij ervoor zorgen dat opleidingen die leiden tot inschrijvingen in verschillende registers goed geaccrediteerd worden. De opleiding moet goed aansluiten bij het niveau van het register waar men ingeschreven wordt. Daar hebben we een uitgebreide DSI Accreditatiecommissie voor onder voorzitterschap van Clemens Spoorenberg. Uiteraard hebben we discussies over behoeften in de markt en of we daar een opleiding voor moeten bieden als die er nog niet is.”

“Je ziet dat er enorm wordt geïnvesteerd in het kennisniveau van de mensen bij de organisaties die aangesloten zijn bij DSI en dat gedrag meer aandacht krijgt. En dan zijn we weer bij integriteit, een onderdeel van die permanente vakbekwaamheid. Ik denk dat we in de komende periode zullen zien dat dit onderwerp nog meer aandacht gaat krijgen en dat zal verder gaan dan alleen voor de bij DSI aangesloten organisaties. Bedrijven moeten ook zelf aan de slag met integriteit.”

Hoe kan DSI ervoor zorgen dat consumenten kunnen rekenen op een holistisch advies?

“Dat is niet de taak van DSI maar van de aangesloten partijen; zij zorgen voor een juiste samenstelling van teams. Waarbij ik holistisch zie als volgt: de financiële planner begint met wie zit er tegenover mij in de spreekkamer, wat heeft hij of zij voor wensen, hoe kan ik dat realiseren voor de komende 10 jaar. Daarna komt er iemand anders aan tafel wanneer de klant aangeeft ‘ik wil vermogensadvies of iets anders’. Dankzij de consolidatie in de sector wordt de kans dat je deze aanpak in huis hebt groter. En nogmaals, dat is niet de taak van DSI. We helpen de aangesloten partijen graag maar zij bepalen zelf hun niveau in de registers.”

Is DSI voorstander van een convergentie van vermogensbeheer, -advies en -planning? Of moeten die drie ‘takken van sport’ gescheiden blijven?

“Ik geloof niet in die convergentie. Vermogensplanning is voor mij datgene wat voorafgaat aan de keuze of je in vermogensbeheer of in vermogensadvies gaat. Ik ben overigens zelf jarenlang financieel planner geweest en ben daar heel dankbaar voor, want het maakt je heel gestructureerd – voor jezelf en richting klanten – dus ik gun iedereen vermogensplanning voordat men beslist hoe het geld belegd moet worden. En na de vermogensplanning volgt dan de keuze: vermogensbeheer, vermogensadvies of ‘ik doe het zelf’. Dat zijn de drie vormen en ik denk dat deze blijvend zijn.”

“Je ziet dat steeds meer mensen in fondsen beleggen. Maar dan is de vraag: waar is het vermogensadvies en waar is het vermogensbeheer? En wanneer ben je bereid om te betalen voor vermogensadvies terwijl het eigenlijk in beheer zit? Ik denk dat heel veel mensen – ook de generaties na de mijne – bereid zijn om te betalen voor een persoon die daartussen zit. Ook bij alles wat er met algoritmen gebeurt, blijft professional judgment belangrijk!”

Wat is uw belangrijkste boodschap aan de bezoekers van Fund Seminar op 30 september (zelfstandige vermogensbeheerders, private banks, financieel adviseurs)?

“Ik wil daar niet te veel op vooruit lopen maar ik wil met name iets vertellen over gedrag en integriteit, waarbij ik ervan uitga dat de vakbekwaamheid bij de aanwezigen wel goed zit; daar wordt door iedereen immers hard voor gewerkt!”