20
Jun

AFM gaat nauwer samenwerken met Britse toezichthouder

De Nederlandse Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Britse Financial Conduct Authority (FCA) gaan nauwer samenwerken. Hiermee willen de toezichthouders de integriteit en stabiliteit van het financiële systeem in beide landen beschermen en verbeteren. Op 3 juni 2019 hebben beide toezichthouders een overeenkomst getekend.  

Sinds de aankondiging van Brexit hebben diverse financiële instellingen die in Nederland en het Verenigd Koninkrijk actief zijn een vergunning aangevraagd om in beide landen te opereren. Voor de ontwikkeling van internationale financiële markten en voor een effectief toezicht op zowel ondernemingen als kapitaalmarkten is een nauwe samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de AFM en FCA van cruciaal belang. Daardoor kunnen beide toezichthouders hun taak effectiever uitvoeren. De overeenkomst geld voor zowel een ‘deal’ als een ‘no-deal’ scenario.

Deze overeenkomst bouwt voort op de bestaande nauwe band tussen de Nederlandse en Britse toezichthouders en versterkt hun relatie op gebieden als fintech, datagedreven toezicht en het aanmoedigen van correct gedrag binnen ondernemingen. Behalve informatie-uitwisseling gaan de AFM en FCA ook best practices met elkaar delen, zoeken ze naar extra opleidingsmogelijkheden en mogelijkheden voor detachering tussen de toezichthouders.

“Wij kijken ernaar uit om meer samen te werken. We zien dat Britse financiële ondernemingen naar Nederland komen, met name internationaal gereguleerde markten, handelsplatformen en handelaren. Hun keuze voor Nederland heeft uiteraard invloed op onze kapitaalmarkten en handelsinfrastructuur. Door de nauwere samenwerking met de FCA zijn wij beter in staat beleggers en kapitaalmarkten te beschermen.” Aldus Merel van Vroonhoven.

Andrew Bailey, CEO van de FCA: “Onze relatie met de AFM is altijd al goed geweest en dat wordt nog eens versterkt door deze overeenkomst. Gegeven de toenemende verstrengeling van de financiële markten, draagt een nauwe band met toezichthouders in andere landen bij aan de bescherming van de consument en het behoud van ons overzicht op bedrijven en markten.”