U weet het vast nog wel: de gevoelige Nederlaag die De Nederlandsche Bank vorige maand leed in een zaak tegen neobank Bunq. De specialisten van Charco & Dique analyseren de gevolgen van deze uitspraak. 

DNB vond dat Bunq haar verplichtingen als poortwachter onvoldoende was nagekomen. DNB stelde zich op het standpunt dat bunq aan elke klant afzonderlijk expliciet moet vragen wat aard en doel zijn van de beoogde relatie zijn om de risico’s goed in te kunnen schatten.  

Bunq betoogde in de rechtbank dat die norm ouderwets was, ineffectief en niet ingericht op een digitale bank. Financiële instellingen mogen volgens de wet hun onderzoeksmethode zelf bepalen.  

Bunq meende dat zij de gevraagde informatie ook op een andere manier kan verzamelen, bijvoorbeeld door gedegen data-analyse. Het College van beroep voor het bedrijfsleven (CBb) geeft aan dat DNB niet duidelijk heeft gemaakt dat de informatie alleen kan worden verkregen door dit expliciet bij de (beoogde) klant na te vragen. Ook meent het CBb dat de aard en het doel van de relatie ook op basis van genoemde data-analyse kunnen worden bepaald. Bunq is zodoende goed in staat om de eventuele risico’s in te schatten die de dienstverlening aan die klant oplevert. 

En daar was het CBb het mee eens 

“Uit de uitspraak kunnen we afleiden dat er meerdere wegen zijn die kunnen leiden tot een ‘juiste invulling’ van de Wwft-verplichtingen,” schrijft Charco & Dique. “Dit is in overeenstemming met het uitgangspunt dat de Wwft risicogebaseerd is, een benadering die bewust de nodige ruimte voor Wwft-instellingen creëert om aan de wet te voldoen. Daarbij is van belang dat de Wwft-instelling kan aantonen dat zij de risico’s onderkent en adequate maatregelen heeft getroffen om die risico’s te beheersen.” 

Lees de hele analyse hier.