De operatie om spaarders te compenseren voor te veel betaalde vermogensbelasting dreigt een veelkoppig monster te worden, schrijft De Telegraaf. Uit interne stukken blijkt hoe voor elke mogelijke oplossing weer nieuwe problemen opdoemen, en in bijna elke variant kan de Belastingdienst overbelast raken. Hoogleraren waarschuwen bovendien voor de risico’s van de politieke wens om ’kleine spaarders’ tegemoet te komen.

Eind vorig jaar oordeelde de Hoge Raad dat de Belastingdienst te veel betaalde vermogensrendementsheffing moet terugbetalen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, merken de fiscus, de minister en de Tweede Kamer.

De makkelijkste oplossing zou zijn om alleen die spaarders te compenseren die bezwaar hebben gemaakt. Dat ligt politiek gevoelig, omdat mensen in dezelfde situatie dan verschillend worden behandeld.  Het alternatief om dan maar iedereen te compenseren, is daarentegen weer veel te duur.

Om het nog iets gecompliceerder te maken, heeft de Tweede Kamer staatssecretaris Van Rij gevraagd om een oplossing te vinden waarbij ‘kleine spaarders’ worden gecompenseerd, bezwaar of niet. Maar nog los van de vraag wat dan precies een ‘kleine spaarder’ is (mensen met een vermogen van minder dan € 50.000 betalen sowieso geen vermogensrendementsheffing) lijkt iedere poging in die richting op enorme juridische problemen te stuiten.

“Als je een grens stelt, loop je altijd tegen het risico van ongelijke behandeling aan. Dat zou voor de overheid een risico zijn,” citeert De Telegraaf een fiscaal jurist.

Hierover is het laatste woord bepaald nog niet gesproken.