De waarde van een ESG-rating, die aangeeft in hoeverre bedrijven maatschappelijk ondernemen, is in de praktijk bijna nihil, blijkt uit Nederlandse en internationale onderzoeken. Sterker nog, de ‘E’, ‘S’ en ‘G’ vertegenwoordigden zulke verschillende, zelfs tegenstrijdige doelstellingen dat het misschien maar beter is om het hele concept te schrappen.

Sterker nog, de ‘E’, ‘S’ en ‘G’ vertegenwoordigden zulke verschillende, zelfs tegenstrijdige doelstellingen dat het misschien maar beter is om het hele concept te schrappen, schrijft dataleverancier Util 

Op basis van onderzoek onder 6.000 beleggingsfondsen constateerde Util dat er geen goede of slechte fondsen zijn als het gaat om de score op de Sustainable Development Goals van de VN. “Vrijwel ieder bedrijf, iedere sector en ieder beleggingsfonds doet het goed op sommige doelstellingen, en slecht op andere.” 

Dichter bij huis constateren onderzoekers van de Universiteit Maastricht dat ESG-ratings van bedrijven slechts in zeer geringe mate zijn gebaseerd op hun daadwerkelijke prestaties. Databedrijven als Refinitiv, MSCI en FTSE kennen ESG-ratings toe op basis van wat bedrijven beloven, niet op basis van wat zij doen.  

De onderzoeker noemen Heineken als voorbeeld. Vrouwelijke verkoopmedewerkers van de bierbrouwer werkten van 2006 tot en met 2008 in Cambodja onder slechte omstandigheden. Toch kreeg Heineken in die periode een steeds beter ESG-label van dataverzamelaar Refinitiv, omdat het bedrijf beleid opstelde om de problemen op te lossen. Dat beleid woog zwaarder mee dan de daadwerkelijke situatie op de Cambodjaanse werkvloer. 

“Een vorm van greenwashing,” constateren de onderzoekers.