Het Verbond van Financiële BeroepsOrganisaties (VFBO) waarschuwt voor de negatieve gevolgen van de voorgenomen ‘Overbruggingswet box 3’. Die wet moet de belastingheffing op vermogen regelen voor de jaren 2023, 2024 en 2025. Volgens het VFBO zal de wet tot vele bezwaar- en beroepsprocedures leiden en daarmee tot overbelasting van de Belastingdienst. Bovendien wordt een groep mensen aangespoord tot het nemen van onverantwoorde beleggingsrisico’s. De overbruggingswetgeving behoeft om deze redenen uitstel. 

 Het VFBO heeft een brief geschreven naar de Vaste Kamercommissie van Financiën, die zich vandaag buigt over het Wetsvoorstel ‘Overbruggingswet box 3’. De brief is mede ondertekend door de Vereniging van Vermogensbeheerders & Adviseurs (VV&A), de branchevereniging van financieel adviseurs Adfiz en het Verbond van Verzekeraars. De inhoud van de brief wordt mede gesteund door de branchevereniging voor vermogensbeheerders (DUFAS). 

 Ernstige procesverstoringen Belastingdienst 

Al deze financiële belangenorganisaties voorzien aanzienlijke problemen in de uitvoering als de voorgenomen ‘Overbruggingswet box 3’ ongewijzigd wordt ingevoerd. Het wetsvoorstel voorziet er namelijk in dat alle beleggingen belast zullen worden alsof er een rendement van 6,17% is gemaakt. Voor veel (voorzichtige) beleggers is dat een onhaalbaar rendement. 

Het VFBO wijst erop dat de Hoge Raad in het zogenaamde Kerstarrest (van 24 december 2021) het gebruik van forfaits in de belastingwetgeving niet categorisch heeft afgewezen, maar dat een forfait de werkelijkheid zo goed mogelijk dient te benaderen. Omdat daar in veel gevallen geen sprake van zal zijn, zullen beleggers en hun adviseurs waarschijnlijk op grote schaal bezwaar gaan maken tegen het forfaitair opgelegde rendement, teneinde in elk geval hun rechten te behouden. 

Een hausse aan bezwaar- en beroepsprocedures kan tot procesverstoringen bij de Belastingdienst leiden. Terwijl Staatssecretaris Van Rij juist aangeeft dat de capaciteit aldaar hard nodig is voor de implementatie van de wetgeving van box 3 ná 2026. 

 Beleggingsrisico’s 

Een tweede zorg betreft mogelijke gedragsverandering van defensieve beleggers. Teneinde in de buurt te komen van het opgelegde rendement van 6,17%, zullen beleggers meer risico’s gaan nemen, is de verwachting. Terwijl dit in veel gevallen, vooral voor kleinere beleggers, onverstandig is, zo stelde de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in maart 2020 al eens vast. 

De overbruggingswetgeving box 3 geeft echter een prikkel om beleggingsportefeuilles en -verzekeringen aan te passen naar meer offensieve portefeuilles. Het VFBO ziet de risico’s van dit soort onwenselijke gedragsveranderingen bij (kleine) beleggers met een defensief tot neutraal beleggingsprofiel met zorg tegemoet. 

Dezelfde kwalen als huidige wet 

 Het VFBO en de samenwerkende brancheorganisaties zijn en blijven voorstander van een systeem waarbij inkomsten uit vermogen worden belast op basis van het werkelijke rendement. “Daar werken we ook graag aan mee”, zegt VFBO-voorzitter Conny Weber. “Maar niemand is gebaat bij een tijdelijk maatregel die dezelfde kwalen herbergt als de huidige wet.” 

 Het VFBO vindt een potentieel juridisch niet-houdbare oplossing niet de juiste oplossing. Zij oppert de belastingheffing tijdelijk voort te zetten zoals deze nu verloopt voor de belastingjaren 2017 t/m 2022, namelijk op basis van rechtsherstel.