Beleggen is geen rationeel, maar een emotioneel proces. Tegelijkertijd is beleggen een stuk toegankelijker geworden dankzij allerlei fintech-initiatieven. “Smartphones hebben mensen aan het beleggen gekregen die anders nooit naar het kantoor van een financieel adviseur waren gekomen,” aldus hoogleraar Jurgen Vandenbroucke. De grote uitdaging is om die emotionele component te vangen in financiële technologie.

De principes van de gedragseconomie kunnen daarbij helpen, zei Vandenbroucke in een minicollege tijdens de uitreiking van de Fund Awards op 11 mei.

Allereerst: wat is gedragseconomie? Economen zijn er lang vanuit gegaan dat mensen perfect rationele individuen zijn wier gedrag een uiting is van hun voorkeuren. Maar dat is natuurlijk niet zo. Mensen zijn vreemde wezens die ogenschijnlijk irrationele keuzes maken: ze doen impulsaankopen, eten de hele middag dropjes achter hun bureau terwijl ze weten dat ze er dik van worden, en verkopen hun aandelen uit paniek op het dieptepunt van de markt. Het grote inzicht van de gedragseconomie is dat deze acties minder irrationeel zijn dan ze lijken, en dat ze te modelleren zijn.

Vandenbroucke ziet een opmerkelijke omkering in de relatie tussen (financieel) adviseur en belegger. Van oudsher was de beleggingsadviseur of vermogensbeheerder een mens, die zijn klanten als een soort robot beschouwde die altijd kalm en rationeel reageert op koersontwikkelingen. Inmiddels bieden steeds meer banken vermogensbeheer en beleggingsadvies digitaal aan. De adviseur wordt een robot, die moet zien om te gaan met de belegger die die zich niet laat leiden door ratio, maar door emoties.

Zo blijkt bijvoorbeeld dat mensen risico-avers zijn als de keuze is tussen wel of geen winst, maar risicotolerant als de keuze is tussen wel of geen verlies. Dat nuanceert het beeld dat mensen hebben van risico: verlies weegt zwaarder dan winst. Dat kan je weer in een vergelijking gieten waarmee een robo-adviseur aan de slag kan, betoogde Vandenbroucke.

Ook voor een moderne aanpak van portefeuillebeheer hebben die inzichten uit de gedragseconomie belangrijke gevolgen. In het klassieke model keken beleggers altijd naar de lange termijn. De adviseur bepaalde een optimale asset allocatie, waarbij tussentijdse emoties geen rol mochten spelen. Inzichten uit de gedragseconomie hebben geleid tot een benadering die ‘goal based investing’ is gaan heten. Waarbij de optimale allocatie zich tussentijds aanpast aan functie van welbepaalde doelen.

Maar, stelde Vandenbroucke zijn publiek gerust: ondanks alle technologische vooruitgang zal er altijd behoefte blijven aan de menselijke maat bij het samenstellen van een portefeuille.