Financieel opleiders Lindenhaeghe en Hoffelijk zijn gefuseerd. Wesley van ’t Hof is benoemd tot algemeen directeur van de nieuwe organisatie, die verder gaat onder de naam Lindenhaeghe. Nu de fusie na een jaar van voorbereidingen een feit is, neemt Ewald Bary afscheid bij Lindenhaeghe. 

Als opleider stond Lindenhaeghe voor een grote uitdaging. Er moesten grote investeringen worden gedaan op het gebied van IT-architectuur en -systemen. Hoffelijk die deze investeringen in het verleden al heeft gedaan, was juist op zoek naar uitbreiding van het marktaandeel om deze investeringen ook in de toekomst te kunnen blijven doen. Met het samengaan zijn beide uitdagingen tot een goed einde gebracht. 

De directie van het nieuwe Lindenhaeghe wordt gevormd door algemeen directeur Wesley van ’t Hof, Edwin Deijs in de functie van commercieel directeur, Thomas van Gorkom in de functie van operationeel directeur, Arthur van Wijk in de functie van financieel directeur en Anouk Dros in de functie van directeur marketing. 

Voormalig Lindenhaeghe directeur Ewald Bary neemt afscheid. “De laatste tijd heb ik veel energie gestoken in het vormgeven van de fusie. Nu is voor mij het moment om een volgende stap te zetten in mijn eigen carrière. Langs deze weg wil ik graag alle relaties én collega’s van Lindenhaeghe bedanken voor het vertrouwen van de afgelopen jaren.” 

 Breder aanbod 

Cursisten kunnen na de fusie rekenen op een sterk online, klassikaal en blended aanbod waarbij zij kunnen kiezen wat hun voorkeur heeft. Bedrijven krijgen een breder opleidingsaanbod, gericht op de vakbekwaamheid van hun medewerkers. Zij kunnen hierbij gebruikmaken van de platformen van Hoffelijk. Wesley van ’t Hof: “Met het nieuwe Lindenhaeghe willen we impact creëren. Hoffelijk is destijds opgericht om de kwaliteit van de financiële dienstverlening verder te verbeteren. Het nieuwe Lindenhaeghe kan hier een nog belangrijkere rol in vervullen, vanuit een bredere visie op vakbekwaamheid voor financieel professionals. Met meer daadkracht en daardoor met nog meer toegevoegde waarde.”