Een hypotheekadviseur bracht € 1.995 in rekening voor een relatief kleine ophoging van € 10.000 van de hypothecaire geldlening. Dat vond de consument wat gortig. De Geschillencommissie van het Kifid was het niet met hem eens.

Volgens de consument was € 1.995 veel te veel geld voor het werk dat de adviseur daadwerkelijk zou moeten verrichten voor het verplichte hypotheekadvies. Bovendien vond hij de kosten niet in verhouding staan tot het bedrag van de ophoging waar het om ging.

Daar dacht het Kifid anders over. De werkzaamheden voor het advies moeten worden verricht, of de verhoging nou € 10.000 is of een veelvoud daarvan. En het enkele feit dat de advieskosten niet in verhouding zouden staan met het gewenste te lenen bedrag “maakt het tarief van de adviseur nog niet onredelijk en onbillijk hoog.” Bovendien, oordeelt de commissie droogjes, “[staat] het de consument vrij om een andere hypotheekadviseur te benaderen.”

Lees de volledige uitspraak hier.