Uit de studie blijkt dat de vergoedingen blijven afnemen maar ook dat er ruimte voor verbetering in de sectorstructuur blijft

Australië, Nederland en de Verenigde Staten kregen opnieuw de hoogste scores in het eerste hoofdstuk van de wereldwijde studie over beleggerservaring; Italië en Taiwan kregen opnieuw de laagste score

AMSTERDAM, 31 maart 2022 – Morningstar, Inc. (Nasdaq: MORN), een toonaangevende aanbieder van onafhankelijk beleggingsonderzoek, publiceerde vandaag het eerste hoofdstuk “Vergoedingen en kosten” van zijn tweejaarlijkse rapport Global Investor Experience (GIE – wereldwijde beleggerservaring). Het rapport – dat momenteel zijn zevende editie kent – beoordeelt de ervaringen van fondsbeleggers in 26 markten in Noord-Amerika, Europa, Azië en Afrika. Het hoofdstuk “Vergoedingen en kosten” bekijkt de lopende kosten van een fondsbelegger in vergelijking met beleggers wereldwijd.

Het onderzoeksteam van Morningstar maakt gebruik van een scoreschaal: Top, Above Average, Average, Below Average en Bottom om elke markt een score toe te kennen. Morningstar gaf Australië, Nederland en de Verenigde Staten een Top-score, wat aangeeft dat het de meest beleggervriendelijke markten zijn betreffende vergoedingen en kosten. Morningstar kende opnieuw een Bottom-score toe aan Italië en Taiwan en gaf daarmee aan dat deze fondsmarkten de hoogste vergoedingen en kosten aanrekenen.

“Het goede nieuws voor wereldwijde fondsbeleggers is dat in veel markten vergoedingen afnemen door een combinatie van activastromen naar goedkopere fondsen en de prijsherziening van bestaande beleggingen,” zei Grant Kennaway, hoofd van managerselectie bij Morningstar en co-auteur van de studie. “De toegenomen gangbaarheid van niet-gebundelde fondskosten biedt een grotere transparantie en stimuleert het succes van beleggers. Maar de structuur van de wereldwijde fondsensector bestendigt het gebruik van vooraf te betalen vergoedingen en het feit dat op 18 Europese en Aziatische markten veel lopende kosten zijn ingebouwd, kan tot een gebrek aan duidelijkheid voor de beleggers leiden. We zijn van mening dat dit kan leiden tot verkeerd afgestemde stimulansen die voornamelijk gunstig zijn voor distributeurs, met name banken, meer dan voor beleggers.”

Figuur 1 van her rapport Global Investor Experience over Vergoedingen en kosten geeft de scorekaart weer voor de markten die in het onderzoek zijn opgenomen. De pijlen geven aan of een markt een scorewijziging heeft ondergaan sinds het laatste onderzoek in 2019.

Het eerste hoofdstuk over “Vergoedingen en kosten” is beschikbaar hier. Hoogtepunten zijn onder meer:

  • Op de meeste van de 26 onderzochte markten zijn de naar activa gewogen mediane kostenratio’s voor binnenlandse en voor verkoop beschikbare fondsen gedaald sinds de studie van 2019. Voor in het binnenland gevestigde fondsen was de trend het opmerkelijkst bij allocatie- en aandelenfondsen, met 17 markten in elke categorie die lagere vergoedingen rapporteerden.
  • Lagere activagewogen mediane vergoedingen zijn het gevolg van een combinatie van activastromen naar goedkopere fondsen en de herprijzing van bestaande beleggingen. In markten waar kleine beleggers toegang hebben tot meerdere verkoopkanalen, zijn beleggers zich steeds meer bewust van het belang om de beleggingskosten tot een minimum te beperken, wat ertoe heeft geleid dat zij de voorkeur geven aan goedkopere aandelenklassen van fondsen.
  • Buiten het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Australië en Nederland komt het zelden voor dat beleggers rechtstreeks betalen voor financieel advies. Door een gebrek aan regelgeving om heffingen en commissies op aandelen te beperken, betalen veel beleggers onvermijdelijk voor advies dat zij niet vragen of ontvangen. Zelfs op markten waar aandelenklassen zonder “trail-commissies” te koop zijn, zoals in Italië, zijn deze niet gemakkelijk toegankelijk voor de gemiddelde kleine belegger, aangezien de distributie van fondsen wordt gedomineerd door tussenpersonen, met name banken.
  • De verschuiving naar financieel advies op basis van vergoedingen in de VS en Australië heeft de vraag naar goedkopere fondsen zoals passieve fondsen doen toenemen.Instellingen en adviseurs hebben steeds vaker gekozen voor duurdere aandelenklassen waarin advies- en distributievergoedingen zijn verwerkt. Deze trend breidt zich uit naar markten zoals India en Canada.
  • De prijzenoorlog in de ETF-sector heeft overal ter wereld neerwaartse druk uitgeoefend op de fondskosten. In de VS heeft de concurrentie de vergoedingen voor een handvol indexfondsen en ETF’s tot nul gereduceerd, en deze concurrentiekrachten breiden zich uit naar andere hoeken van de fondsenmarkt. 
  • Australië, Nederland en de VS kregen de hoogste score vanwege hun doorgaans ongebundelde fondsvergoedingen. Dit is de vierde studie op rij waarin deze drie landen op dit gebied de hoogste score hebben gekregen.
  • In markten waar banken de fondsdistributie domineren,, zijn er geen tekenen dat marktkrachten alleen de activagewogen mediane kostenratio’s voor kleine beleggers zullen doen dalen. Dit is vooral duidelijk in markten zoals Italië, Taiwan, Hong Kong en Singapore, waar dure offshore fondsen de overhand hebben over goedkopere lokaal gevestigde fondsen.
  • Het VK heeft jaarlijkse waardebeoordelingen ingevoerd,, één van de belangrijkste regelgevende ontwikkelingen sinds de studie van 2019. Deze verplichten vermogensbeheerders om de waarde te onderbouwen die elk fonds aan beleggers heeft geleverd in de context van de in rekening gebrachte vergoedingen.