9
Sep

Nieuwe wetgeving voor beleggingsondernemingen op komst

Op 24 september vindt de 11e editie plaats van het Fund Seminar event in De Utrechtse Stadsvrijheid. Keynote spreker is Alex Hilgevoord, afdelingshoofd bij de Divisie Nationale Instellingen van De Nederlandsche Bank (DNB).  Hij zal spreken over het nieuwe prudentiële raamwerk voor beleggingsondernemingen dat per 26 juni 2021 in werking treedt. In aanloop naar het Fund Seminar event sprak de redactie met hem. “De invoering van IFR/IFD zal alle beleggingsondernemingen gaan raken. Het is daarom belangrijk dat instellingen zich hierop goed voorbereiden.”

 

Wat is de strekking van uw verhaal tijdens het Fund Seminar event?
“Er is voor beleggingsondernemingen (waaronder zelfstandige vermogensbeheerders met een vergunning als beleggingsonderneming) een belangrijke wijziging op komst in de toepasselijke prudentiële wetgeving. Tot dusver was de regelgeving voor deze groep vooral gebaseerd op de regels voor banken. De Europese Commissie heeft enkele jaren geleden al bedacht dat deze wetgeving niet goed aansluit op de specifieke eigenschappen van beleggingsondernemingen. Er is daarom een heel nieuw kader ontworpen dat bestaat uit een Europese richtlijn en een Europese verordening. De Europese richtlijn wordt op dit moment wordt omgezet in Nederlandse wetgeving en zal worden opgenomen in de Wet op het Financieel Toezicht (Wft). Het idee is dat de regelgeving daarmee beter is toegesneden op de sector.“

Hoe gaan beleggingsondernemingen dat merken?
“Zij merken dat nu al omdat wij daar vanuit DNB uitgebreid over aan het communiceren zijn. We zijn op dit moment bezig met een intern project om de implementatie daarvan vorm te geven. Dat begint allereerst met een beleidsmatige invulling.  Op meerdere onderdelen is er sprake van opties die nationaal kunnen worden ingevuld. Daarover zijn we op dit moment druk in overleg met het ministerie van Financiën die de wetgeving voorbereidt. Ook heeft DNB een aantal opties waaraan zij invulling dient te geven als nationale toezichthouder. Verder gaat de berekeningswijze van het kapitaal dat instellingen moeten aanhouden wijzigen. Daarom wordt ook het rapportagekader daaraan aangepast. Nieuw onder de nieuwe regelgeving is dat DNB ook toezicht gaat houden op de liquiditeit van de instellingen; dat is er op dit moment nog nauwelijks. Nieuw is ook de uitbreiding van het toezicht op de holdings van vermogensbeheerders. Kortom, er is een heel scala van wijzigingen.”

Betekent dit dat beleggingsondernemingen nog meer moeten gaan rapporteren aan DNB?
“Gemiddeld genomen zal dit niet tot extra rapportagelasten leiden, afgezien van het feit dat beleggingsondernemingen naast de solvabiliteit ook de liquiditeit moeten gaan rapporteren. Wanneer een holding van een beleggingsonderneming onder toezicht komt te staan, moet ook voor de holding worden gerapporteerd.”

Zijn er ook voordelen voor ‘zv’ers’ aan deze nieuwe regelgeving of gaan zij zich achter de oren krabben?
“Ik verwacht het laatste, omdat veel zaken op dit moment nog niet duidelijk zijn en nog moeten worden uitgezocht. Het zou kunnen zijn dat voor bepaalde instellingen er mogelijk wel een verzwaring uitkomt. Bijvoorbeeld de allergrootste beleggingsondernemingen die o.a. handel voor eigen rekening uitvoeren en een balanstotaal van boven de € 30 miljard hebben, zullen bij de invoering van de wet een bankvergunning moeten aanvragen en gaan daarmee onder het toezicht van de Europese Centrale Bank vallen. Maar we moeten nog afwachten of dat zal gebeuren in Nederland en als dat gebeurt zal dat minder dan een handvol zijn. Maar voor die categorie instellingen is de nieuwe wet waarschijnlijk een daadwerkelijke verzwaring. Voor het overige probeert de nieuwe wetgeving het echt proportioneler te maken, met meer focus op ‘risicogevoeligheid’. Zo heeft een kleine vermogensbeheerder straks te maken met minder complexe solvabiliteiteisen. En voor de grotere vermogensbeheerders zullen de solvabiliteiteisen afhangen van de omvang van de assets under management. Dat is een van de factoren waarover straks moet worden gerapporteerd.”

Welke reacties verwacht u vanuit de zaal?
“Ik verwacht vooral heel veel vragen omdat dit een omvangrijke en complexe wijziging is. En ik verwacht ook niet dat we alle vragen zullen kunnen beantwoorden op 24 september omdat sommige zaken op het beleidsmatige vlak nog verder worden uitgezocht en overlegd worden met het ministerie van Financiën.”

“Ten slotte, goed om te vertellen is dat we aan onze kant bij DNB bezig zijn om onze basisprocessen steeds verder te automatiseren, waaronder het analyseren van rapportages van de zelfstandige vermogensbeheerders. Dat betekent dat we beter aandacht kunnen geven aan instellingen waar de hoogste risico’s zitten. We hebben nu 330 instellingen onder toezicht die bijna allemaal elk kwartaal een rapportage indienen dus steeds verder automatiseren is goed, zodat we eerder kunnen zien wat de uitzonderingen en wat de trends in de sector zijn.”

Verder lezen:

‘IFR/IFD: Het nieuwe prudentiële raamwerk voor beleggingsondernemingen’:

https://www.dnb.nl/nieuws/dnb-nieuwsbrieven/nieuwsbrief-vermogensbeheerders/nieuwsbrief-vermogensbeheerders-juli-2020/dnb389408.jsp

 

CV
Alex Hilgevoord is sinds 1 oktober 2019 afdelingshoofd bij de Divisie Nationale Instellingen en daar verantwoordelijk voor het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en beheerders van beleggingsinstellingen.