26
Nov

Nieuwe Wwft-verplichting: CDD-onderzoek op de CDD-medewerker

Op 15 oktober 2020 is de Herstelwet financiële markten 2020 in werking getreden. Met deze Herstelwet is ook een aantal wijzigingen in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) doorgevoerd. In het nieuwe artikel 35 Wwft is de verplichting opgenomen dat Wwft-plichtige instellingen hun medewerkers en dagelijkse beleidsbepalers moeten doorlichten. Leon Bex, legal consultant bij adviesbureau Charco & Dique, vertelt wat deze verplichting inhoudt.

In het nieuwe artikel 35 Wwft is de verplichting opgenomen dat Wwft-plichtige instellingen hun medewerkers en dagelijkse beleidsbepalers moeten doorlichten. Dit  “voor zover relevant voor de uitoefening van hun taken en rekening houdend met de risico’s, aard en omvang van de instelling”. Dit betekent dat er nu ook een verplichting tot betrouwbaarheidstoetsing is opgenomen in de Wwft.

Herstel van de wet

Met deze wijzigingen wordt artikel 8, vierde lid, onderdeel a, van de vierde anti-witwasrichtlijn in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De richtlijn schrijft voor dat instellingen op verschillende onderwerpen moeten beschikken over gedragslijnen, controlemaatregelen en procedures. Een van deze onderwerpen betreft doorlichting van medewerkers. Dit punt was eerder niet opgenomen in de Nederlandse wetgeving en dat wordt met deze wijziging hersteld.

Betrouwbaarheidstoetsing niet helemaal nieuw

Maar betrouwbaarheidstoetsing is niet helemaal nieuw, vertelt Bex. In de Wet op het financieel toezicht (Wft), het Besluit prudentiële regelgeving (Bpr) en het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (Bgfo) zijn al normen opgenomen voor het  betrouwbaarheidsonderzoek voor personen met een integriteitsgevoelige functie en/of werknemers die zich rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten.

  • In de artikelen 4:9 en 4:10 Wft opgenomen welke personen aan de eisen over geschiktheid respectievelijk betrouwbaarheid moeten voldoen.
  • Artikel 13 Bpr legt de verplichting bij financiële ondernemingen een onderbouwde beoordeling te maken van de betrouwbaarheid van personen die zij wil benoemen in een integriteitsgevoelige functie.
  • Artikel 28 van de Bgfo legt de verplichting bij bepaalde financieel dienstverleners, dat zorg moet worden gedragen dat de betrouwbaarheid van, onder meer, de werknemers die zich rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten buiten twijfel staat.

Echter, de wijziging van artikel 35 Wwft gaat verder. Het ligt namelijk voor de hand dat alle medewerkers worden onderworpen aan een pre-employment screening. En voor wat betreft de in-employment screening is er ruimte om dit risicogebaseerd te doen, afhankelijk van de functie en eventuele risicosignalen.

Wat betekent dit voor Wwft-plichtige instellingen?

Als u de Wft-toetsing al heeft uitgevoerd over alle medewerkers, verandert er waarschijnlijk niets. Wanneer u de Wft-toetsing echter op een beperktere groep medewerkers heeft toegepast zal u moeten overwegen of een nieuwe of aanvullende toetsing moet worden uitgevoerd.

Waarop toetsen?

Volgens Bex is niet expliciet beschreven waarop moet worden getoetst. De Memorie van Toelichting geeft alleen aan dat de doorlichting verband houdt met het risico dat de instelling wordt gebruikt voor witwassen of het financieren van terrorisme. Ook artikel 8 van vierde anti-witwasrichtlijn geeft geen verdere invulling van het begrip doorlichting.

De FATF zegt in haar recommendations dat een financiële instelling adequate screening procedures moet hebben om hoge normen te garanderen (minimaal) bij het aannemen van personeel. En dat het soort en de omvang van deze screening passend moet zijn, rekening houdend met het risico van witwassen van geld en terrorismefinanciering en de omvang van de instelling.

Bex: ”De mate waarin de Wwft-toetsing moet worden uitgevoerd, hangt dus samen met de taken van een bepaalde medewerker. Een accountmanager die zelf cliëntenonderzoek uitvoert zal bijvoorbeeld strenger moeten worden getoetst dan een medewerker op de afdeling Administratie. Bij een strengere toets kan worden gedacht aan een (aanvullend) antecedentenonderzoek of het opvragen van meerdere referenties.”

Ook hangt de Wwft-toetsing samen met de risico’s, aard en omvang van een onderneming. ”Een grote bank die actief is in vastgoed en trade finance zal, in tegenstelling tot een kleine beleggingsinstelling met een paar Nederlandse investeerders, ook worden geacht zijn medewerkers aan een strengere doorlichting te onderwerpen,” legt Bex uit.

Hoe frequent toetsen?

Hoe vaak de toetsing moeten worden gedaan, is ook niet aangegeven. ”Afgaande op de tekst van artikel 35 Wwft, wordt niet gesproken van een periodieke doorlichting, zoals dit wel duidelijk is aangegeven bij opleidingen in hetzelfde artikel,” zegt Bex. ”Vooralsnog nemen wij aan dat de toetsing moet plaatsvinden bij het aannemen van een medewerker en eventueel bij signalen zijn over een integriteitsschending door medewerker.”,

Bron: artikel geschreven door Marieke Blankenstein van Charco & Dique.