Door: Robert Slange, consultant bij Charco & Dique 

Na enig uitstel heeft de Eerste Kamer op 23 november 2021 ingestemd met de Implementatiewet ‘registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies’. Op basis van deze wet moeten de uiteindelijke belanghebbenden (UBO’s) van trusts en soortgelijke juridische entiteiten verplicht geregistreerd worden bij de Kamer van Koophandel (KvK). Onder deze ‘soortgelijke juridische constructies’ vallen deelnemers van fondsen voor gemene rekening (FGR).  

Het bij deze wet horende concept Implementatiebesluit ‘registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies’ (Implementatiebesluit) met nadere uitwerking van onderdelen van de wet, is in de zomer van 2021 geconsulteerd. Op 22 december 2021 is het consultatieverslag daarover gepubliceerd. In het verslag zijn enkele belangrijke wijzigingen voor de implementatie opgenomen. Deze wijzigingen zijn in het Implementatiebesluit verwerkt dat nu voor advies aan de Raad van State is gezonden. 

Achtergrond  

De verplichting voor de registratie van trusts en soortgelijke juridische constructies in een centraal register komt voort uit artikel 31 van de gewijzigde Vierde Anti-witwasrichtlijn. Het doel van het register is om transparant te maken wie de uiteindelijk belanghebbenden zijn van trusts en soortgelijke juridische constructies (waarvan de trustee in Nederland gevestigd of woonachtig is, of waarvan de trustee namens de trust of soortgelijke juridische constructie in Nederland een zakelijke relatie aangaat of onroerend goed verwerft).  

Wie kwalificeert als UBO van een FGR? 

Samengevat kwalificeren de volgende natuurlijke personen als UBO van een FGR: 

  • De oprichter(s); 
  • De beheerder(s); 
  • De bewaarentiteit; en  
  • De participanten van een FGR met een bepaald economisch belang (zie uitleg hierboven). 

Inwerkingtreding en overgangstermijn 

De uiteindelijke inwerkingtreding is nog niet vastgesteld. Dat zal gelijktijdig plaatsvinden met de vaststelling van het definitieve Implementatiebesluit, dat nu bij de Raad van State ligt voor advies. Naar verwachting zal het nog een aantal maanden duren voordat de Wet en het Implementatiebesluit in werking zullen treden.

Na inwerkingtreding zal voor het registreren van UBO’s een overgangstermijn gelden van drie maanden. De verwachting is vooralsnog dat de vereiste registratie in de tweede helft van 2022 zal moeten gaan plaatsvinden.   

Kritische reacties  

Zoals eerder vermeld, vond halverwege 2021 de internetconsultatie van deze wet plaats. De voorgenomen wet kon op veel kritiek rekenen. ‘FGRs horen niet thuis in het trustregister’ was een veelgehoorde uitspraak. Een trust heeft immers een geheel ander karakter en wordt voor geheel andere redenen opgezet dan een beleggingsfonds, aldus DUFAS in haar consultatiereactie.  

Ook zou de wet leiden tot een (rechts)ongelijke positie ten opzichte van beleggingsinstellingen die niet aangemerkt zijn als FGR en icbe’s met een andere civiele rechtsvorm. Daarvoor geldt namelijk pas registratieplicht vanaf een belang van 25%. Ondanks deze kritiek is de registratieverplichting voor FGR’s gehandhaafd.  

Echter, in de verdere uitwerking van het concept-Implementatiebesluit, dat nu bij de Raad van State ligt, lijkt wel tegemoet te worden gekomen aan de kritiek. Desondanks zijn er nog enkele belangrijke punten voor verbetering. 

In het vervolg van dit artikel gaat Robert Slange in op de verbeteringen die volgens hem nodig zijn om deze wet goed te laten werken in de praktijk. Lees verder op de website van Charco & Dique