Enkele weken na de implementatie van de SFDR is er nog duidelijk werk aan de winkel voor veel ondernemingen. Dat blijkt uit een onderzoek dat Charco & Dique heeft uitgevoerd onder 90 financiële instellingen. Het bureau voerde een steekproef uit onder 90 (willekeurig geselecteerde) financiële ondernemingen: 30 pensioenfondsen, 30 beleggingsondernemingen en 30 beheerders van beleggingsinstellingen.

Achtergrond
Op 10 maart 2021 werden de meeste bepalingen van de SFDR van toepassing. Deze Verordening roept aanzienlijke verplichtingen in het leven voor financiële ondernemingen. De meeste hiervan hebben betrekking op de informatievoorziening op de website. Financiële marktdeelnemers en financieel adviseurs moeten daarop onder meer uitleggen hoe zij omgaan met duurzaamheidsrisico’s en of zij rekening houden met ongunstige duurzaamheidseffecten. Daarnaast moeten zij – indien zij zogeheten ‘groene’ producten of diensten aanbieden – aanvullende duurzaamheidsinformatie over deze producten en diensten opnemen.

Om uit te zoeken in hoeverre ondernemingen in deze opdracht geslaagd zijn, voerden we een steekproef uit onder 90 (willekeurig geselecteerde) financiële ondernemingen: 30 pensioenfondsen, 30 beleggingsondernemingen en 30 beheerders van beleggingsinstellingen. We bezochten de websites van deze ondernemingen, en zochten uit of de gevraagde SFDR-informatie beschikbaar was.

De belangrijkste cijfers op een rij:

  • Bijna de helft (44.4%) van de onderzochte websites bevatte geen statement over de integratie van duurzaamheidsrisico’s. Wanneer er wel een tekst over duurzaamheidsrisico’s was gepubliceerd, voldeed deze ons inziens lang niet altijd aan de eisen van art. 3 SFDR.
  • Ook ontbrak de verklaring over ongunstige duurzaamheidseffecten (PAI’s) bij 37.8% van de ondernemingen. Met andere woorden: 37.8% van de ondernemingen liet niet weten of zij PAI’s in aanmerking nam bij het beleggen. De overige partijen hadden wel een heldere verklaring opgenomen: 25.6% gaf aan PAI’s mee te wegen, en 36.7% gaf aan dit niet te doen.
  • De meeste partijen stonden niet te springen om hun producten als lichtgroen of donkergroen aan te merken: slechts 24.1% van de onderzochte ondernemingen gaf op haar website aan een lichtgroen product aan te bieden. Donkergroene producten waren nog minder populair: slechts 10.8% van de onderzochte ondernemingen schreef op haar website dat zij een donkergroen product op het schap had liggen.

Moeilijk vindbaar
De vindbaarheid van de SFDR-gerelateerde informatie wisselde sterk. Waar je op sommige websites direct zag waar je moest zijn, was de SFDR-informatie bij andere partijen toch echt too many clicks away. Verder valt op dat veel ondernemingen (met name beheerders van beleggingsinstellingen) de informatie hebben geplaatst onder een kopje ‘SFDR’. Dat lijkt logisch, maar je kunt je afvragen of de gemiddelde websitebezoeker begrijpt dat een SFDR-knop je naar informatie over duurzaamheid leidt.

Ook hadden sommige partijen de informatie afgeschermd. De informatie zat dan achter een wall, en kon alleen worden ingezien na het inloggen. Enerzijds is het de vraag of je in dit geval wel kunt spreken van het ‘publiceren’ van informatie. Anderzijds is het ook begrijpelijk dat partijen de privacy van klanten willen (en moeten!) respecteren, waardoor zij openbaarmaking van bepaalde informatie wellicht niet mogelijk hebben geacht.

Incoherente publicaties
De begrippen die de SFDR hanteert zorgen al lange tijd voor verwarring. Een ‘duurzaamheidsrisico’ in de SFDR is iets anders dan een ‘duurzaamheidsrisico’ in een EBA discussion paper of in het IMVB. Een ‘financieel product’ volgens de SFDR is niet hetzelfde als een ‘financieel product’ zoals omschreven in de Wet op het financieel toezicht. En ook de term ‘ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren’ laat ook ruimte voor eigen interpretaties.

Deze onduidelijkheden hebben onmiskenbaar geleid tot een aantal foutieve – of op zijn minst incoherente – publicaties. Zo maken veel partijen geen helder onderscheid tussen duurzaamheidsrisico’s en ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren. En wanneer dit onderscheid wel gemaakt wordt, worden de twee met regelmaat door elkaar gehaald.

Discrepanties in de kwalificaties van financiële producten
Tot slot zagen we grote verschillen tussen ondernemingen wanneer het ging om de kwalificatie van hun producten (pensioenregelingen, beleggingsinstellingen en individuele portefeuilles). Op grond van de SFDR is een product ‘lichtgroen’ of ‘donkergroen’, maar in de praktijk lijkt er toch echt sprake van minstens vijftig tinten groen.

Er zijn partijen die hun beleggingsfilosofie volledig hebben gebaseerd op duurzaamheidsfactoren en/of de maximale duurzaamheidsscores krijgen van bekende dataproviders, maar die hun producten toch ‘lichtgroen’ noemen. Een keuze uit voorzichtigheid?

Daar tegenover staan ondernemingen die minder strenge criteria hanteren, maar hun producten toch ‘lichtgroen’ noemen. Hierbij worden beleggingen bijvoorbeeld getoetst aan de UNGP’s en wordt de tabaksindustrie uitgesloten.

Ook zien we een aantal instellingen die hun producten ‘grijs’ noemen, terwijl ze (als we de websites mogen geloven) toch behoorlijk wat doen op het gebied van duurzaamheid. Deze partijen hebben bijvoorbeeld een uitgebreid ESG-beleid, hebben zich gecommitteerd aan initiatieven als de UNPRI of de OESO-richtlijnen, of maken gebruik van ESG- en SRI-indices. In sommige gevallen wordt zelfs gesproken over ‘impact’ beleggingen.

Kortom: sommige grijze producten zijn in feite wellicht duurzamer dan sommige lichtgroene producten, en sommige lichtgroene product zijn misschien weer duurzamer dan enkele donkergroene producten. De productkwalificaties zijn op dit moment dus (nog) geen goede maatstaf voor de duurzaamheid van een financieel product, en zouden ook niet als zodanig door beleggers moeten worden geïnterpreteerd.

Verder lezen:
https://charcoendique.nl/artikelen/de-implementatie-sfdr-in-de-praktijk-90-ondernemingen-50-tinten-groen/