Fondsen voor Gemene Rekening (FGR’s) worden definitief niet behandeld op dezelfde wijze als trusts, waar het de Europese anti-witwasrichtlijn aangaat, bericht Fondsnieuws deze week. 

De anti-witwasregels kennen een verplichting tot het bijhouden en centraal registreren van informatie over de uiteindelijk belanghebbende (ultimate beneficial owner, ‘UBO’) van trusts en soortgelijke juridische constructies. Daaronder vielen in eerste instantie ook FGR’s, wat zou betekenen dat deelnemers met een belang van drie procent of meer, geregistreerd moesten worden. 

Dit zou leiden tot een aanzienlijke administratieve last voor fondsbeheerders. In Nederland worden veel beleggingsfondsen gestructureerd als een FGR. Dit is omdat een FGR vaak een gunstige fiscale behandeling biedt en flexibel is in de fondsstructurering maar niet omdat het, zoals veel trusts, een constructie voor belastingontwijking zou zijn.  

Het Ministerie van Financiën is de sector op dit punt tegemoet gekomen, en heeft een uitzonderingspositie gecreëerd voor FGR-beleggingsfondsen die 150 of meer deelnemers hebben. 

Daarmee is de pijn nog niet helemaal uit de lucht: er zijn meerdere FGR-beleggingsfondsen die de drempel van 150 deelnemers niet halen, maar het is een begin.