Sinds deze week moeten beleggingsondernemingen de duurzaamheidsvoorkeuren van klanten uitvragen als onderdeel van het ken-uw-klant beginsel. Hoe dat in de praktijk moet gaan werken is nog zeer onduidelijk, stelt advocaat Frank ’t Hart tegenover Investment Officer. “Er zijn domweg te veel onduidelijkheden, die maken dat je het niet kunt verkopen aan je klanten.”

In het kader van het ken-uw-klant beginsel moesten financiële instellingen hun klanten al vragen naar hun financiële positie, beleggingsdoelstelling, risicobereidheid, kennis en ervaring. Deze klantgegevens resulteren in een beleggersprofiel (bijv. neutraal of offensief). Het uitvragen van de duurzaamheidsvoorkeuren komt daar nu bij.

Het wordt nu mogelijk een onderscheid te maken tussen de financiële doelstellingen van een klant en de niet-financiële doelstellingen (de duurzaamheidsvoorkeuren). Tussen deze doelstellingen kan een spanningsveld ontstaan, bijvoorbeeld omdat de duurzaamheidsvoorkeuren ten koste gaan van het nagestreefde doelvermogen. Door dit spanningsveld zichtbaar te maken, kan een belegger hierin een afgewogen keuze maken.

Althans, dat is de theorie. De praktijk is weerbarstig, zegt ’t Hart: “Zo is de categorisering en de kwalificaties omtrent duurzaamheid in Mifid II anders dan in de SFDR. SFDR kent de kleuren grijs, lichtgroen en donkergroen maar Mifid II kent weer een andere indeling. Dat maakt het niet makkelijker en lastig om aan klanten uit te leggen.”

Lees de volledige bijdrage van Frank ’t Hart op de site van Investment Officer. Zijn kantoorgenoot Casper Westerink schreef een column waarin de haken en ogen van de nieuwe regelgeving nader worden toegelicht.