Een aanzienlijk deel van de Nederlandse werkenden legt geen premie in bij een pensioenfonds en bouwt daardoor geen pensioenuitkering op. Een groot deel van deze groep compenseert dit ook niet met andere vormen van pensioensparen. Dat blijkt uit onderzoek van De Nederlandsche Bank.

Ongeveer 1,7 miljoen Nederlanders hadden in 2020 wel een inkomen uit arbeid, maar bouwden geen pensioen op bij een pensioenfonds. Het gaat hier vooral om mensen jonger dan 40 jaar, vrouwen en mensen met een migratieachtergrond. Ook werknemers met een flexibel dienstverband en werknemers bij kleine bedrijven bouwen minder vaak een pensioen op in de tweede pijler.

Dat zou op zich niet zo’n probleem zijn, stelt DNB, als die mensen dat compenseerden met vermogensopbouw in de derde pijler. Maar dat is niet het geval. Daardoor ontstaat het risico dat deze groep werkenden en zelfstandigen na pensionering te maken krijgt met een forse terugval van het inkomen en in financiële problemen raakt.

De vraag of pensioensparen meer gestimuleerd moet worden, is een politieke en die laat DNB derhalve onbeantwoord.

Lees het hele rapport hier.