Profiel: Dimensional

Beleggen in een fonds, wat zijn de totale kosten?

Oktober 2018

Aan beleggingsfondsen zijn allerlei kosten verbonden, die allemaal van invloed zijn op het nettorendement van beleggers.

Kosten zijn van belang. Of u nu een auto koopt of een beleggingsstrategie kiest, de verwachte kosten vormen waarschijnlijk een essentiële factor bij het nemen van een belangrijke financiële beslissing. Bij het nemen van dergelijke beslissingen stellen we ons vertrouwen in allerlei informatie over de kosten. Wanneer u bijvoorbeeld een auto koopt, zal de catalogusprijs een indicatie zijn voor de prijs die u voor de auto zult moeten betalen. Maar de catalogusprijs is slechts een onderdeel van de totale kosten van het bezit van een auto. Andere aspecten, zoals btw, verzekeringskosten, benzine, te verwachten onderhoudskosten en de mogelijke kosten van onverwachte reparaties, moeten ook in overweging worden genomen. Sommige van deze kosten zijn eenvoudig te achterhalen, maar andere zijn moeilijker in te schatten. Zo dient ook bij het beleggen in fondsen rekening te worden gehouden met verschillende factoren om te beoordelen hoe kosteneffectief een strategie voor een bepaalde belegger kan zijn.

Doorlopende kosten

Aan beleggingsfondsen zijn allerlei kosten verbonden, die allemaal van invloed zijn op het nettorendement van beleggers. Een eenvoudig waarneembare kostenpost zijn de doorlopende kosten. Net als de catalogusprijs van een auto geven de doorlopende kosten een goede indicatie van de prijs die u voor een beleggingsstrategie zult moeten betalen. Voor vele beleggers wegen de doorlopende kosten zwaar mee bij het kiezen van een fonds en dat is heel begrijpelijk.

 

Figuur 1 toont de outperformance-ratio – oftewel het percentage fondsen dat beter presteerde dan de referentie index van hun categorie – van actief beheerde, in de VS gevestigde aandelenfondsen over een 15-jarige periode die eindigde op 31 december 2017. Om de relatie tussen de doorlopende kosten en de prestaties zichtbaar te maken, wordt de outperformance-ratio van kwartielen van fondsen getoond die gerangschikt zijn op basis van hun doorlopende kosten. Uit de grafiek blijkt dat actief beheerde fondsen over het algemeen achterblijven bij hun index en dat outperformance omgekeerd evenredig is met de doorlopende kosten. Slechts 6% van de fondsen uit het kwartiel met de hoogste doorlopende kosten presteerde beter dan hun index, tegenover 25% voor de categorie met de laagste kosten.

Deze gegevens tonen aan dat een hoge kostenratio nadelig is voor beleggers, vooral op langere termijn. Voor een belegger betekent een kostenratio van 0,25% versus 1,25% een besparing van € 10.000 per jaar per belegd bedrag van € 1 miljoen. Zoals Figuur 2 illustreert, kan dit op termijn tot een aanzienlijk bedrag leiden.

 

Figuur 1.    Hoge kosten drukken het resultaat, US Equity Mutual Fund Winnaars en Verliezers op basis van kostenratio (%)

De steekproef bevat fondsen aan het begin van de periode van 15 jaar die eindigt op 31 december 2017. De fondsen zijn ingedeeld in kwartielen binnen hun categorie op basis van de gemiddelde kostenratio over de steekproefperiode. De grafiek laat het percentage van winnende en verliezende fondsen zien per kostenratiokwartiel; winnaars zijn fondsen die het overleefd hebben en beter hebben gepresteerd dan de benchmark van de betreffende Morningstar-categorie, en verliezers zijn fondsen die het niet hebben overleefd of niet beter hebben gepresteerd dan de benchmark van de betreffende Morningstar-categorie. Gegevens over in de VS gevestigde open-end-beleggingsfondsen zijn afkomstig van Morningstar en het Center for Research in Security Prices (CRSP), Universiteit van Chicago.

De steekproef van aandelenfondsen bestaat uit de door Morningstar gehanteerde historische categorieën: Diversified Emerging Markets, Europe Stock, Foreign Large Blend, Foreign Large Growth, Foreign Large Value, Foreign Small/Mid Blend, Foreign Small/Mid Growth, Foreign Small/Mid Value, Japan Stock, Large Blend, Large Growth, Large Value, Mid-Cap Blend, Mid-Cap Value, Miscellaneous Region, Pacific/Asia ex-Japan Stock, Small Blend, Small Growth, Small Value, and World Stock. Meer informatie over de door Morningstar gehanteerde historische categorieën vindt u in het artikel “The Morningstar Category Classifications”. Indexfondsen en paraplufondsen maken geen deel uit van de steekproef. Voor fondsen met meerdere aandelenklassen worden het rendement, de kostenratio en de omloopsnelheid bepaald op basis van het activa-gewogen gemiddelde van de waarnemingen in de afzonderlijke aandelenklassen. Voor aanvullende informatie over de methodiek wordt verwezen naar de Dimensional Fund Advisor’s brochure, de ‘2018 Mutual Fund Landscape’.

In het verleden behaalde resultaten vormen geen garantie voor de toekomst.

 

 

Figuur 2.      Hypothetische groei van 6% op een bedrag van € 1 miljoen, na aftrek van kosten

Uitsluitend ter illustratie en niet representatief voor een echte belegging. Deze hypothetische illustratie is bedoeld om de potentiële impact van hogere kostenratio’s te laten zien en heeft geen betrekking op de echte ervaring van beleggers. Het voorbeeld gaat uit van een kapitaal van € 1 miljoen en een samengesteld jaarlijks groeipercentage van 6%, verminderd met een kostenratio van 0,25% en 0,75%, toegepast over een periode van 15 jaar. Belastingen en andere potentiële kosten worden niet weergegeven. De werkelijke resultaten kunnen aanzienlijk verschillen. Andere aannames kunnen tot andere uitkomsten leiden. De besparingen en het verschil tussen de eindsaldi zouden bijvoorbeeld lager kunnen uitvallen als de eerste inleg lager was.

 

 

Verder kijken dan de doorlopende kosten

Doordat beleggingsfondsen met hoge kosten (kostenratio’s) een zwak trackrecord hebben, selecteren veel beleggers hun fondsen alleen op basis van de doorlopende kosten. Maar net als bij de prijs van een auto, zijn de doorlopende kosten niet de allesomvattende maatstaf voor de kosten die de eigenaar moet dragen. Neem bijvoorbeeld indexfondsen, die qua doorlopende kosten vaak onderaan eindigen in hun categorie.

Indexfondsen zijn ontworpen om zich door een indexleverancier (zoals Russell of MSCI) samengestelde index zo nauwkeurig mogelijk te volgen of de samenstelling ervan te repliceren. Belangrijke beslissingen die tijdens het beleggingsproces moeten worden genomen, zoals het selecteren van de in de index op te nemen effecten, worden uitbesteed aan de indexleverancier. De fondsbeheerder heeft daar dus geen invloed op. Zo kan het voorkomen dat een indexfonds, als gevolg van een geplande herweging of reconstitutie van een index, d.w.z. het proces waarbij bepaalde aandelen aan de index worden toegevoegd of eruit worden verwijderd, aandelen moet kopen als de vraag hoog is en verkopen als de vraag laag is. Mogelijk moet een indexfonds dergelijke niet-prijsgerelateerde koop- en verkooptransacties uitvoeren om vast te kunnen houden aan zijn beleggingsopdracht, namelijk het volgen van de onderliggende index. Dit kan ertoe leiden dat de transactieprijzen van het indexfonds niet optimaal zijn en dat het totaalrendement lager uitvalt. Met andere woorden: bij een dergelijke streng gereguleerde beleggingsaanpak kunnen voor een bepaald bedrag aan transacties (of omloopsnelheid) de kosten per transactie-eenheid hoger zijn. Bovendien zijn deze kosten niet duidelijk zichtbaar voor beleggers die een dergelijk fonds alleen beoordelen aan de hand van de doorlopende kosten. Verder kunnen fondsen die een index volgen, worden gedwongen om bepaalde posities te kopen of te verkopen op grond van selectiecriteria die niet meer actueel zijn, omdat indexen niet regelmatig worden herwogen (in de regel één keer per jaar). De kenmerken van een aandeel dat op de laatste herwegingsdatum als waardeaandeel[1] werd beschouwd, kunnen na verloop van tijd veranderen. In de periode tussen twee herwegingsdata heeft dit echter geen gevolgen voor het al of niet opnemen van dat aandeel in een index van waardeaandelen of de weging ervan. Dit betekent dat inkomende cashflows van een indexfonds van waardeaandelen in werkelijkheid gebruikt zouden kunnen worden voor de aankoop van aandelen die op dat moment meer op groeiaandelen[2] lijken en andersom. Metaforisch gezien kijken dergelijke fondsbeheerders waarschijnlijk vaker in de achteruitkijkspiegel dan naar de weg die voor beleggers ligt.

Bij een actieve benadering, zoals aandelenselectie, kunnen zowel de totale transactiekosten als de kosten per transactie hoog zijn. Als een fondsbeheerder buitengewoon veel transacties uitvoert of daarbij niet efficiënt te werk gaat, zal het rendement worden aangetast door kosten als provisie- en transactiekosten. In onze analogie met auto’s is deze impact te vergelijken met de onderhoudskosten van uw voertuig als u voortdurend veel te hard remt of te snel optrekt. Als een auto op die manier gebruikt wordt, kan dit extra slijtage en een hoger brandstofverbruik tot gevolg hebben, waardoor de totale kosten voor de eigenaar ook hoger uitvallen. Op dezelfde wijze kan overmatige handel in sommige gevallen leiden tot negatieve fiscale gevolgen voor een fonds, hetgeen de kosten voor beleggers die tegoeden op belastbare rekeningen aanhouden, kan verhogen. Op dergelijke transactiekosten kan worden bespaard door de omloopsnelheid niet onnodig te laten oplopen en de kosten per transactie te beperken.

In tegenstelling tot streng gereguleerde indexstrategieën en actieve strategieën met een hoge omloopsnelheid, kan het kiezen voor een flexibele, berekende beleggingsaanpak, een manier zijn om de impliciete kosten te verlagen. Waardoor het mogelijk wordt om op een opportunistische wijze te werk te gaan. Door de omloopsnelheid laag te houden, flexibel te blijven en alleen te handelen wanneer de potentiële voordelen van een transactie groter zijn dan de kosten, kunnen de totale transactiekosten beperkt blijven en de totale kosten van het bezit worden verminderd.

Conclusie

Het kan moeilijk zijn om de totale kosten van het bezitten van een fonds in te schatten. Hiervoor is een grondig inzicht in de kosten vereist en moet men verder kijken dan alleen maar naar de doorlopende kosten. Wij zijn van mening dat beleggers niet alleen kijken naar één enkel aspect maar in plaats daarvan de totale kosten van het aanhouden van een beleggingsproduct moeten beoordelen.

 


 

[1]. Een aandeel dat, gemeten aan de hand van een fundamentele waarde (zoals de boekwaarde of de inkomsten), relatief goedkoop verhandeld wordt.

[2]. Een aandeel dat, gemeten aan de hand van een fundamentele waarde (zoals de boekwaarde of de inkomsten), relatief duur verhandeld wordt.