T. Rowe Price koersinzichten voor internationale aandelen

Nog steeds positief over Azië ex-Japan
Noord-Azië kan als eerste uit de coronacrisis komen.

Juli 2020

Eric Moffett, Portefeuillebeheerder, T. Rowe Price Asia Opportunities Equity Strategy

Belangrijkste inzichten

  • We blijven positief over de langetermijnvooruitzichten voor Azië ex-Japan, hoewel de prognose voor de korte termijn vanwege het coronavirus, de wereldwijde recessie en de krimp van de wereldhandel somber is.
  • De economische prognose voor Noord-Azië is verbeterd, terwijl het coronavirus in grote delen van India en delen van Zuidoost-Azië nog steeds voor onrust zorgt en de groei er achterblijft.
  • De hernieuwde trendgroei van de Chinese binnenlandse vraag zou de regionale Aziatische economie in 2021 moeten steunen, hoewel de zwakke wereldwijde exportvraag mogelijk nog steeds voor aanzienlijke tegenwind zorgt.

Noord-Azië krijgt het coronavirus als eerste onder de duim
In Noord-Azië (Groot-China, Korea en Japan), hebben de gezondheidsautoriteiten het coronavirus onder controle weten te krijgen. De kansen op een tweede golf lijken klein, maar kunnen nooit helemaal worden uitgesloten. Een cluster van nieuwe gevallen in Beijing in juni leek de mogelijkheid van een tweede golf dichterbij te brengen. Gezondheidsdeskundigen zijn ervan overtuigd dat een tweede golf gemakkelijker beheerst zal kunnen worden dan de eerste, gezien China’s uitgebreide ervaring met de bestrijding van het coronavirus. Aziatische regeringen zijn zich zeer bewust van de risico’s van een nieuwe uitbraak en blijven zeer alert. In reactie op een nieuwe kleine uitbraak in mei testte Wuhan alle 10 miljoen inwoners binnen tien dagen op het coronavirus, een prestatie van formaat. Er werd slechts een klein aantal nieuwe gevallen vastgesteld, die allemaal asymptomatisch waren en zeer waarschijnlijk niet besmettelijk.

Noord-Azië is de eerste regio die de coronacrisis achter zich laat. De beperkingen zijn er al opgeheven of versoepeld. De scherpe terugval in nieuwe gevallen betekent dat consumenten en bedrijven weer licht aan het einde van de tunnel kunnen zien, en dit is ook het moment waarop markten tijdens vorige pandemieën hun dieptepunt bereikten. Daarentegen verspreidt het virus zich nog steeds snel in India, ondanks dat het land een van de strengste nationale lockdowns heeft opgelegd. Ratingbureau Fitch stelde India’s prognose onlangs negatief bij toen het aantal nieuwe besmettingen na versoepeling van de lockdown versneld bleek toe te nemen. In ASEAN (de Association of Southeast Asian Nations) is de COVID-19-curve minder steil, maar van afvlakking is nog geen sprake. Onder de ASEAN-landen blijft Indonesië achter met ongeveer 1000 nieuwe gevallen per dag en een beperkte testcapaciteit.

 

Noord-Azië slaagde erin de COVID-19-curve te laten afvlakken

(Fig. 1) Totaal aantal bevestigde gevallen tot nu toe, gerangschikt naar land

Per 9 juli 2020.
Bron: Citi Research en EM Asia Economics & Strategy. Copyright Citigroup 2005 – 2020. Alle rechten voorbehouden.

 

China’s sterke beleidsrespons ter ondersteuning van het herstel
Fiscaal in plaats van monetair beleid vormt de kern van Beijings inspanningen om de Chinese economie na de lockdown weer op gang te krijgen. Er was ook een monetaire respons op de crisis, die we terugzagen in de versnelde groei van bankkredieten en de totale sociale financiering, een brede kredietmaatregel. Maar de nieuwe jaardoelen voor bankleningen en -kredieten die in juni werden aangekondigd, impliceren een tragere groei in de tweede helft van het jaar, een teken dat China terughoudend blijft met het volledig openzetten van de kredietkranen. Volgens de brede definitie maken fiscale stimuleringsmaatregelen in 2020 ongeveer 5,5% uit van het bruto binnenlands product (bbp)1. Dit is veel minder dan China’s fiscale respons op de wereldwijde financiële crisis van 2008. Die bedroeg meer dan 12% van het bbp, maar had achteraf gezien veel problemen tot gevolg. China’s fiscale stimuleringsmaatregelen voor 2020 lijken ook bescheiden in vergelijking met de maatregelen die de Verenigde Staten en diverse andere landen aankondigden. De lockdown in China duurde echter minder lang, waardoor de economische schade meeviel en er minder behoefte was aan extreme overheidssteun. Veel van de grote fiscale steunpakketten die andere landen aankondigden, bestonden uit kredietgaranties en rentesubsidies, waardoor het totaalbedrag stijgt maar de invloed op de vraag beperkt blijft. China’s fiscale respons op het coronavirus richt zich eerder op traditionele uitgaven aan infrastructuur, waardoor er meer binnenlandse vraag ontstaat. Fiscale stimuleringsmaatregelen ter hoogte van 5,5% van het bbp zijn bovendien nogal pittig, en beginnen zich in China’s economische maandcijfers af te tekenen.

Volgens ons kunnen fiscale en monetaire versoepeling in 2021 bijdragen aan een bredere opleving voor China, die mogelijk ook andere Aziatische economieën zal steunen. Het economische herstel in Azië is echter ook afhankelijk van de wereldwijde vraag, en die is nog niet aan het terugkomen. Aziatische exporteurs zijn belangrijke werkgevers, dus het herstel zal afhangen van de mate waarin werknemers hun banen kunnen behouden. De schok die de wereldwijde instorting van de vraag als gevolg van het coronavirus in Azië teweegbracht, blijft een aanzienlijk risico waarvan de gevolgen nu pas zichtbaar worden.

 

Azië ex-Japan nauwer verweven met China
De hervatting van de trendgroei van de Chinese binnenlandse vraag zal naar verwachting in 2021 de primaire aanjager van de groei in de regio zijn. Over een langere periode bekeken, zien we dat de Aziatische economie steeds nauwer, en niet minder, verweven raakt met China. Er zijn aanwijzingen voor een regionale factor die de Aziatische economische groei aanstuurt en die gekoppeld is aan de opkomst van China en de impact van het land op aangrenzende economieën. In het begin was China’s exportgroei voornamelijk het gevolg van passieve veredeling. Dat wil zeggen dat onderdelen vanuit Azië en elders in China werden samengevoegd om vervolgens opnieuw geëxporteerd te worden naar eindmarkten in de Verenigde Staten en Europa. Naarmate China verder steeg op de meerwaardeketen, nam ook de binnenlandse toegevoegde waarde van de export toe. Deze steeg volgens schattingen van de OESO van 73% in 2005 tot 83% in 2016, een hoger niveau dan in Duitsland, Frankijk of Zuid-Korea. Het resultaat hiervan is dat er zich een groter deel van de wereldwijde toevoerketen voor de industriële productie in China bevindt dan ooit tevoren. Andere Aziatische landen profiteren nog steeds van de groei van de Chinese binnenlandse markt en van het Chinese toerisme terwijl ze minder halffabricaten aanleveren dan in het verleden.

 

Wereldwijde toevoerketens zullen China niet snel verlaten
De verstoring door het coronavirus zorgde ervoor dat de afname van de globalisering en de verschuiving naar minder afhankelijkheid van de wereldwijde toevoerketens veelbesproken onderwerpen werden. Sommigen voorzien dat de toevoerketens China zullen verlaten om het risico te spreiden of om dichter bij eindmarkten in de Verenigde Staten of Europa te zijn. Op de middellange tot langere termijn zullen er waarschijnlijk wat verhuizingen plaatsvinden omdat multinationals beginnen te beseffen dat meer spreiding voordelen heeft. Maar op korte termijn zullen de veranderingen in de wereldwijde toevoerketens waarschijnlijk beperkt zijn omdat ze in veel gevallen gepaard gaan met hoge eenmalige kosten.

Voor complexere goederen met een hogere toegevoegde waarde kunnen slechts weinig landen China’s schaalgrootte en uitgebreide productie- en logistieke netwerken evenaren. Het verplaatsen van de toevoerketens voor deze producten vanuit China zal waarschijnlijk tot aanzienlijk hogere kortetermijnkosten en een mogelijk verlies van concurrentievermogen leiden. Bovendien heeft China met de snelle hervatting van de activiteiten na de coronavirus-lockdowns aangetoond dat hun toevoerketens van hoogwaardige kwaliteit en veerkrachtig zijn. Arbeidsintensieve industriële productie met een lage toegevoegde waarde is een ander verhaal. Die zal zich van China naar locaties met lagere kosten blijven verplaatsen, net zoals in de afgelopen tien jaar gebeurde. Veel van deze productie zal waarschijnlijk in Azië blijven, maar wel verhuizen naar Vietnam, Maleisië, Indonesië en in steeds meer gevallen naar India. Het netto verlies aan industriële productiecapaciteit in de regio als gevolg van toevoerketens die China verlaten, zal waarschijnlijk klein zijn.

 

Wat Azië betreft, kan de angst voor globalisering overdreven zijn

(Fig. 2) Aandeel van directe buitenlandse investeringen in het bbp (%)

Per 29 mei 2020.
Bron: HSBC Global Research

 

Azië ex-Japan winsten en waarderingen
Analisten waren er snel bij om hun winstramingen in reactie op het coronavirus naar beneden bij te stellen, maar er staat ons misschien nog wel veel meer te wachten. Van januari tot mei werden de consensusverwachtingen voor de winstgroei in 2020 voor MSCI Asia ex Japan met 23% naar beneden bijgesteld. Voor wat het momentum betreft, bereikte het winstgroeipercentage over een maand in april een dieptepunt, om zich daarna langzaam te herstellen, aangevoerd door China, Taiwan en Korea. Per land beschouwd, zullen China, Taiwan en India in 2020 naar verwachting een lage winstgroei van minder dan tien procent bereiken, waarbij Hongkong en de ASEAN-markten afnames van 16% tot 25% zullen registreren. De geraamde stijging van 20% voor Korea vormt hierop een uitzondering. Deze weerspiegelt de lage basis in 2019 als gevolg van de wereldwijde terugval in de halfgeleidersector die dit jaar gevolgd werd door een herstel van de vraag.

Aangezien de winst per aandeel in 2020 door de coronaviruspandemie op een dieptepunt is, kunnen voortschrijdende koers-winstwaarderingen beter zijn voor het vergelijken van waarderingen.Op basis hiervan is de regio niet ver verwijderd van zijn tienjaarsgemiddelde, en lijken de waarderingen over het algemeen redelijk. Gebaseerd op een voortschrijdende koers-boekwaardeverhouding wordt Azië behalve Japan zoals gemeten door de MSCI AC Asia ex-Japan index momenteel rond een standaardafwijking onder zijn tienjaarsgemiddelde verhandeld. China – een markt die minder hard getroffen werd door het coronavirus – wordt verhandeld tegen een bescheiden opslag ten opzichte van voorgaande jaren. Daarentegen leken sommige markten in Zuidoost-Azië (MSCI EM ASEAN) goedkoop, en werden ze eind april verhandeld tegen 25% tot 35% minder dan hun tienjaarsgemiddelde. Hier hebben we een aantal goede beleggingskansen kunnen vinden toen, vanuit bottom-upperspectief, kwalitatief goede bedrijven willekeurig werden verkocht tijdens de paniek rond het coronavirus.

 

Aziatische winsten hebben in mei minder te lijden van COVID-19

 

(Fig. 3) Consensus winstgroei per regio – 2020 geschat

Per 30 juni 2020
Bronnen: FTSE Russell/FactSet en HSBC (zie Bijkomende informatie).
AxJ = FTSE All-World Asia Pacific x JP AU NZ, EM = FTSE All-World Emerging, Japan = FTSE Japan,
V.S. = FTSE U.S., World = FTSE All-World, DM = FTSE All-World Developed, EMEA = FTSE All-World EMEA, EU = FTSE All-World Europe, LatAm = FTSE All-World Emerging Latin America.

 

Beleggingsthema’s in Azië ex-Japan
We brengen vanwege het coronavirus geen wijzigingen aan in de strategische benadering van onze beleggingen in Aziatische aandelen. We zullen onze beproefde methode blijven volgen, en hoogwaardige cash-genererende bedrijven selecteren die door sterke managementteams geleid worden en deze voor langere tijd aanhouden om te profiteren van hun groeivermogen. Onze focus op bedrijven met een duurzaam winstgroeipotentieel zorgt er op een natuurlijke manier voor dat de nadruk in de portefeuille op bedrijven met sterke balansen komt te liggen. Onze nadruk op balanssterkte hielp ons om de stress tijdens de uitverkoop in het eerste kwartaal enigszins de baas te kunnen blijven.

De ontwrichting van de Aziatische markten in februari en maart bood de zeldzame kans om posities in bedrijven met goede langetermijnvooruitzichten toe te voegen die tijdens de paniek op de markt op grote schaal, tegen verstoorde waarderingen verkocht werden. Op het hoogtepunt van de coronapaniek was er een korte periode waarin we hoogwaardige Aziatische bedrijven konden kopen tegen wat wij als afbraakprijzen beschouwen. Zoals altijd werden nieuwe posities ingenomen op basis van bottom-up aandelenfundamentals in plaats van op basis van sterke top-downstandpunten. Chinese aandelen herstelden zich sneller dan andere Aziatische markten. Dit stelde ons in staat een paar van onze sterke Chinese posities, waarvan de waarderingen na het herstel hoog leken, in te zetten als financieringsbron voor kansen op andere markten.

Veel van de beste kansen deden zich voor in Zuidoost-Azië en, meer recentelijk, Hongkong. De echt scherpe marktcorrecties in deze markten kwamen later dan in China. In totaal verwierven we in het eerste kwartaal 14 nieuwe posities, wat voor ons, gezien onze beleggingsstijl van kopen en vasthouden, buitengewoon veel is. Veel van de nieuwe namen betroffen kwaliteitsaandelen die we al lange tijd op het oog hadden, maar waarvan de waarderingen onaantrekkelijk waren totdat de paniek rond het coronavirus beleggers ertoe aanzette ze willekeurig en goedkoop van de hand te doen. Ook maakten we van de gelegenheid gebruik om posities toe te voegen aan ondergewaardeerde kwaliteitsnamen in Hongkong, een van de slechtst presterende markten die zowel geraakt werd door de spanningen tussen de Verenigde Staten en China als de angst voor nieuwe protesten en het coronavirus. Een indicatie dat de markt van Hongkong ondergewaardeerd raakte is het feit dat een aantal grote beursgenoteerde bedrijven recentelijk hun aandelen terugkochten.

Als gevolg van de hierboven genoemde wijzigingen, is de portefeuille momenteel overwogen in de Filipijnen en Hongkong. In termen van directe landenblootstelling schakelde China van een overweging over op een bescheiden onderweging. Als we echter onze blootstelling aan Hongkong en aan sommige regionale aandelen met een flinke blootstelling aan China meerekenen, zoals het geval is voor een groot beursgenoteerd Australisch wijnbedrijf, dan is het wellicht juister om te stellen dat de portefeuille een neutrale blootstelling aan Groot-China heeft.

 

Conclusie
We blijven constructief over de langetermijnvooruitzichten voor aandelen uit Azië ex-Japan, hoewel we geloven dat het wereldwijde herstel van de verstoring door de coronaviruspandemie uiteindelijk een langdurig proces zal worden. De recente marktcorrectie stelde ons in staat posities op te bouwen in diverse hoogwaardige namen die eerder tegen veel hogere waarderingen verhandeld werden. We blijven zoeken naar bedrijven die volgens ons goed gepositioneerd zijn om zich door de crisis heen te slaan en er in goede vorm uit te komen zodra het herstel doorzet. We denken dat hoogwaardige bedrijven in Azië hun waarde nog zullen bewijzen als de economische bedrijvigheid zich in de komende zes tot twaalf maanden herstelt.

 

1 Het IMF hanteert een bredere maatstaf voor China’s begrotingstekort en neemt hier een aantal grote programma’s in op die buiten de begroting vallen, zoals speciale staatsobligaties voor de financiering van infrastructuur, en de netto obligatie-emissies die gedaan worden in het kader van het financiële instrument van lokale overheden.

 

Waar we hierna naar kijken
We letten op tekenen dat India en Zuidoost-Azië Noordoost-Azië zullen volgen bij het onder controle brengen van hun coronavirusuitbraken. We zullen blijven zoeken naar hoogwaardige Aziatische bedrijven die tegen weinig veeleisende waarderingen gekocht kunnen worden, die geleid worden door sterke managementteams en die in staat zijn langdurige winstgroei te genereren.

 

Belangrijkste risico’s – De volgende risico’s zijn in hoge mate relevant voor de strategie die in dit document wordt toegelicht:
Effectentransacties in buitenlandse valuta’s zijn onderhevig aan koersschommelingen die van invloed kunnen zijn op de waarde van een belegging. Rendementen kunnen volatieler zijn dan in andere, meer ontwikkelde markten vanwege marktschommelingen en de politieke en economische situatie.

 


Bijkomende informatie

Financiële gegevens en analyses van FactSet. Copyright 2020 FactSet. Alle rechten voorbehouden.

London Stock Exchange Group plc en diens groepsondernemingen (gezamenlijk de “LSE Group” genoemd) ©LSE Group 2020. Alle rechten op de FTSE Russel-indexen of -gegevens komen toe aan het desbetreffende bedrijf uit de LSE Group die de eigenaar is van de index of de gegevens. Noch de LSE Group, noch diens licentiegevers aanvaarden enige aansprakelijkheid voor fouten of weglatingen in de indices of gegevens en geen enkele partij zou op de indices of de gegevens uit dit bericht mogen vertrouwen. Verdere verspreiding van gegevens van de LSE Group is niet toegestaan zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van het desbetreffende bedrijf uit de LSE Group. De LSE Group promoot, sponsort of bekrachtigt de content van dit bericht niet.

 


Belangrijke informatie

Dit materiaal wordt uitsluitend verstrekt voor algemene informatie- en/of marketingdoeleinden. Het materiaal vormt of verstrekt geen advies van welke aard dan ook, met inbegrip van fiduciair beleggingsadvies, en is niet bedoeld om gebruikt te worden als primaire basis voor het nemen van een beleggingsbeslissing. Potentiële beleggers wordt aangeraden onafhankelijk juridisch, financieel en fiscaal advies inwinnen voordat ze een beleggingsbeslissing nemen De T. Rowe Price bedrijvengroep, waaronder T. Rowe Price Associates, Inc. en/of diens dochterondernemingen ontvangen inkomsten uit de beleggingsproducten en -diensten van T. Rowe Price. In het verleden behaalde resultaten zijn geen betrouwbare voorspeller van toekomstige resultaten. De waarde van een belegging en daaruit te ontvangen inkomsten kunnen zowel dalen als stijgen. Beleggers kunnen minder terugontvangen dan het belegde bedrag.

Dit materiaal vormt geen distributie, aanbod, uitnodiging, persoonlijke of algemene aanbeveling of verzoek om effecten te verkopen of te kopen in welk rechtsgebied dan ook of om een specifieke beleggingsactiviteit uit te voeren. Het materiaal werd niet gecontroleerd door een toezichthouder in welke jurisdictie dan ook.

De informatie en meningen zijn verkregen of afgeleid uit bronnen die wij betrouwbaar en actueel achten, maar we kunnen de nauwkeurigheid of volledigheid van deze bronnen niet garanderen. Er kan niet gegarandeerd worden dat voorspellingen zullen uitkomen. De standpunten hierin golden op de dag waarop dit document werd opgesteld en kunnen zonder kennisgeving gewijzigd worden. Deze standpunten kunnen afwijken van die van andere bedrijven en/of dochterondernemingen uit de T. Rowe Price Group. Dit materiaal mag onder geen beding geheel of gedeeltelijk gekopieerd of verder verspreid worden zonder toestemming van T. Rowe Price.

Het materiaal is niet bedoeld voor gebruik door personen in rechtsgebieden die de distributie van het materiaal verbieden of beperken, en in bepaalde landen wordt het materiaal op speciaal verzoek verstrekt. Het is niet bedoeld voor verspreiding onder particuliere beleggers in welke jurisdictie dan ook.

EER behalve het VK – Tenzij anders aangegeven, is dit materiaal uitgegeven en goedgekeurd door T. Rowe Price (Luxembourg) Management S.à r.l. 35 Boulevard du Prince Henri, L-1724 Luxemburg, toegelaten en gereguleerd door de Luxemburgse Commission de Surveillance du Secteur Financier. Uitsluitend voor professionele cliënten.

ID0003468 (07/2020)
202007-1239221